Inklingo
Een student aan een houten bureau die aandachtig een notitieboek met gekleurde markeringen doorleest.

repasar in de Tegenwoordige tijd – vervoeging

repasaroverzien

A2regular -ar★★★★★
Kort antwoord:

De tegenwoordige tijd van 'repasar' is regelmatig: repaso, repasas, repasa, repasamos, repasáis, repasan.

repasar in de Tegenwoordige tijd – vormen

yorepaso
repasas
él/ella/ustedrepasa
nosotrosrepasamos
vosotrosrepasáis
ellos/ellas/ustedesrepasan

Wanneer de Tegenwoordige tijd gebruiken

Gebruik de tegenwoordige tijd voor acties die nu plaatsvinden, gebruikelijke acties, of algemene waarheden. Voor 'repasar' betekent dit dat je momenteel aan het doornemen bent, je neemt regelmatig door, of het is een algemeen feit dat men doorneemt.

Opmerkingen over repasar in de Tegenwoordige tijd

Repasar is regelmatig in de tegenwoordige tijd. De 'yo'-vorm heeft een spellingverandering van 'c' naar 'qu' voor een 'e' ('repaso' -> 'repasé' in de pretérito perfecto simple, maar in de tegenwoordige tijd is het 'repaso'), maar dit is een standaard spellingregel voor werkwoorden die eindigen op -car, geen stamverandering.

Voorbeeldzinnen

  • Ahora mismo repaso la gramática.

    Op dit moment neem ik de grammatica door.

    yo

  • ¿Repasas tus notas cada día?

    Neem je elke dag je aantekeningen door?

  • Ella repasa sus lecciones por la noche.

    Zij neemt haar lessen 's avonds door.

    él/ella/usted

  • Repasamos el vocabulario antes de la clase.

    Wij nemen de woordenschat door voor de les.

    nosotros

  • Ellos siempre repasan sus correos electrónicos.

    Zij nemen altijd hun e-mails door.

    ellos/ellas/ustedes

Veelgemaakte fouten

  • Fout: De tegenwoordige tijd 'repaso' verwarren met de pretérito perfecto simple 'repasé'.

    Correct: Gebruik 'repaso' voor 'ik neem door' (nu/gebruikelijk) en 'repasé' voor 'ik nam door' (voltooide actie in het verleden).

    Waarom: Dit zijn verschillende tijden met verschillende betekenissen en toepassingen.

  • Fout: De 'vosotros'-vorm incorrect vervoegen.

    Correct: De correcte vorm is 'repasáis', niet 'repasas'.

    Waarom: De '-áis'-uitgang is voor regelmatige -ar werkwoorden in de tegenwoordige tijd.

Beheers Spaanse werkwoorden in context

Tabellen uit je hoofd leren brengt je maar zo ver. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie werkwoorden zoals 'repasar' natuurlijk gebruikt — in de tijden die je aan het leren bent.

Verwante tijden