reposarVervoeging
reposar means rusten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van reposar (reposara/reposase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van reposar (repose, reposes, etc.) drukt wensen, twijfels, emoties of onzekerheid uit.
Imperative
Negative Imperative
Gevormd met 'no' + tegenwoordige tijd conjunctief: no reposo, no reposes, no repose, no reposemos, no reposéis, no reposen.
Imperative
Gebruik 'reposa' (jij) en 'repose' (u) voor directe bevelen, 'reposad' voor vosotros, en 'reposemos'/'reposen' voor nosotros/ustedes.
Indicative
Conditional
De condicional van reposar is regelmatig: reposaría, reposarías, reposaría, reposaríamos, reposaríais, reposarían.
Preterite
De pretérito van reposar is regelmatig: reposé, reposaste, reposó, reposamos, reposasteis, reposaron.
Imperfect
De imperfecto van reposar (reposaba, reposabas, etc.) is regelmatig en beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd indicatief van reposar (reposo, reposas, etc.) is regelmatig en wordt gebruikt voor huidige of gebruikelijke acties.
Future
De futuro van reposar is regelmatig: reposaré, reposarás, reposará, reposaremos, reposaréis, reposarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng reposar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'reposar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent reposar in het Spaans?
reposar betekent "rusten".
Is reposar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
reposar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je reposar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van reposar is: yo reposo, tú reposas, él/ella/usted reposa, nosotros reposamos, vosotros reposáis, ellos/ellas/ustedes reposan.
Hoe vervoeg je reposar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van reposar is: yo reposé, tú reposaste, él/ella/usted reposó, nosotros reposamos, vosotros reposasteis, ellos/ellas/ustedes reposaron.
