reprocharVervoeging
reprochar betekent verwijten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive van reprochar heeft twee vormen: reprochara/reprochase (ik/hij/zij/u) en reprocharan/reprochasen (zij/u allen).
Present Subjunctive
De present subjunctive van reprochar is: reproche (ik/hij/zij/u), reproches (jij), reprochemos (wij), reprochéis (jullie), reprochen (zij/u allen).
Imperative
Negative Imperative
Negatieve geboden voor reprochar gebruiken de presens subjunctive: no reproches (jij), no reproche (u), no reprochemos (wij), no reprochéis (jullie), no reprochen (zij/u allen).
Imperative
Geboden in de imperatief voor reprochar zijn: reprocha (jij), reproche (u), reprochemos (wij), reprochad (jullie), reprochen (zij/u allen).
Indicative
Conditional
De conditional van reprochar is regelmatig: reprocharía, reprocharías, reprocharía, reprocharíamos, reprocharíais, reprocharían.
Preterite
De preteritum van reprochar is regelmatig: reproché, reprochaste, reprochó, reprochamos, reprochasteis, reprocharon.
Imperfect
De imperfectum van reprochar is regelmatig: reprochaba, reprochabas, reprochaba, reprochábamos, reprochabais, reprochaban.
Present
De present indicative van reprochar is regelmatig: reprocho, reprochas, reprocha, reprochamos, reprocháis, reprochan.
Future
De future van reprochar is regelmatig: reprocharé, reprocharás, reprochará, reprocharemos, reprocharéis, reprocharán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng reprochar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'reprochar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent reprochar in het Spaans?
reprochar betekent "verwijten".
Is reprochar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
reprochar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je reprochar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van reprochar is: yo reprocho, tú reprochas, él/ella/usted reprocha, nosotros reprochamos, vosotros reprocháis, ellos/ellas/ustedes reprochan.
Hoe vervoeg je reprochar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van reprochar is: yo reproché, tú reprochaste, él/ella/usted reprochó, nosotros reprochamos, vosotros reprochasteis, ellos/ellas/ustedes reprocharon.
