resaltarVervoeging
resaltar means opvallen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs van 'resaltar' (resaltara, resaltaras, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van 'resaltar' (resalte, resaltes, etc.) wordt gebruikt voor wensen, twijfels, emoties en onpersoonlijke uitdrukkingen.
Imperative
Negative Imperative
No resaltes, no resalte, no resaltemos, no resaltéis, no resalten zijn de ontkennende opdrachten voor 'resaltar'.
Imperative
Resalta, resalte, resaltemos, resaltad, resalten zijn de gebiedende wijs vormen van 'resaltar' voor opdrachten.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'resaltar' is regelmatig: resaltaría, resaltarías, resaltaría, resaltaríamos, resaltaríais, resaltarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'resaltar' is regelmatig: resalté, resaltaste, resaltó, resaltamos, resaltasteis, resaltaron.
Imperfect
De imperfectum van 'resaltar' is regelmatig: resaltaba, resaltabas, resaltaba, resaltábamos, resaltabais, resaltaban.
Present
Resalto, resaltas, resalta, resaltamos, resaltáis, resaltan zijn de vormen van de tegenwoordige tijd indicatief van 'resaltar'.
Future
De toekomende tijd van 'resaltar' is regelmatig: resaltaré, resaltarás, resaltará, resaltaremos, resaltaréis, resaltarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng resaltar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'resaltar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent resaltar in het Spaans?
resaltar betekent "opvallen".
Is resaltar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
resaltar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je resaltar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van resaltar is: yo resalto, tú resaltas, él/ella/usted resalta, nosotros resaltamos, vosotros resaltáis, ellos/ellas/ustedes resaltan.
Hoe vervoeg je resaltar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van resaltar is: yo resalté, tú resaltaste, él/ella/usted resaltó, nosotros resaltamos, vosotros resaltasteis, ellos/ellas/ustedes resaltaron.
