resbalarVervoeging
resbalar betekent uitglijden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik de imperfectum conjunctief zoals 'resbalara' voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd conjunctief zoals 'resbale' na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' + tegenwoordige tijd (conjunctief), bijv. 'no resbales' (jij).
Imperative
Gebruik gebiedende wijsvormen zoals 'resbala' (jij) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van resbalar is regelmatig: resbalaría, resbalarías, resbalaría, resbalaríamos, resbalaríais, resbalarían.
Preterite
De preteritum van resbalar is regelmatig: resbalé, resbalaste, resbaló, resbalamos, resbalasteis, resbalaron.
Imperfect
Gebruik de imperfectum zoals 'resbalaba' voor doorlopende of gewoontematige handelingen in het verleden.
Present
Gebruik de tegenwoordige tijd zoals 'resbalo' voor acties die nu plaatsvinden of gewoontes.
Future
De toekomende tijd van resbalar is regelmatig: resbalaré, resbalarás, resbalará, resbalaremos, resbalaréis, resbalarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng resbalar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'resbalar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent resbalar in het Spaans?
resbalar betekent "uitglijden".
Is resbalar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
resbalar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je resbalar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van resbalar is: yo resbalo, tú resbalas, él/ella/usted resbala, nosotros resbalamos, vosotros resbaláis, ellos/ellas/ustedes resbalan.
Hoe vervoeg je resbalar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van resbalar is: yo resbalé, tú resbalaste, él/ella/usted resbaló, nosotros resbalamos, vosotros resbalasteis, ellos/ellas/ustedes resbalaron.
