reservarVervoeging
reservar betekent boeken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik vormen van de verleden tijd aanvoegende wijs zoals 'reservara' of 'reservase' voor hypothetische of gewenste acties uit het verleden met 'reservar'.
Present Subjunctive
Gebruik vormen van de tegenwoordige tijd aanvoegende wijs zoals 'reserve' en 'reserven' na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie met 'reservar'.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no reserves' (jij) en 'no reserve' (u) om negatieve bevelen te geven met 'reservar'.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'reserva' (jij) en 'reserve' (u) voor directe bevelen met 'reservar'.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'reservar' is regelmatig: reservaría, reservarías, reservaría, reservaríamos, reservaríais, reservarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'reservar' is regelmatig: reservé, reservaste, reservó, reservamos, reservasteis, reservaron.
Imperfect
De onvolmaakte verleden tijd van 'reservar' is regelmatig: reservaba, reservabas, reservaba, reservábamos, reservabais, reservaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'reservar' is regelmatig: reservo, reservas, reserva, reservamos, reserváis, reservan.
Future
De toekomende tijd van 'reservar' is regelmatig: reservaré, reservarás, reservará, reservaremos, reservaréis, reservarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng reservar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'reservar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent reservar in het Spaans?
reservar betekent "boeken".
Is reservar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
reservar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je reservar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van reservar is: yo reservo, tú reservas, él/ella/usted reserva, nosotros reservamos, vosotros reserváis, ellos/ellas/ustedes reservan.
Hoe vervoeg je reservar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van reservar is: yo reservé, tú reservaste, él/ella/usted reservó, nosotros reservamos, vosotros reservasteis, ellos/ellas/ustedes reservaron.
