resistirVervoeging
resistir betekent weerstaan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van resistir, zoals 'resisto' (ik weersta) en 'resisten' (zij weerstaan), is regelmatig en wordt gebruikt voor huidige of gebruikelijke acties.
Future
De toekomende tijd van resistir, zoals 'resistiré' (ik zal weerstaan), wordt gevormd door uitgangen aan het hele werkwoord toe te voegen.
Imperfect
De verleden onvoltooide tijd (imperfectum) van resistir, zoals 'resistía' (ik/hij/zij/het vroeger weerstond), beschrijft voortdurende of gebruikelijke acties uit het verleden.
Conditional
De conditionele tijd van resistir, zoals 'resistiría' (ik zou weerstaan), wordt gebruikt voor hypothetische situaties en beleefde suggesties.
Preterite
De voltooid verleden tijd (preteritum) van resistir, zoals 'resistí' (ik weerstond) en 'resistieron' (zij weerstonden), is regelmatig en markeert voltooide acties in het verleden.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen zoals 'no resistas' (jij) gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief.
Imperative
Gebruik gebiedende wijs vormen zoals 'resiste' (jij) en 'resistan' (jullie/u) voor directe bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
Gebruik de tegenwoordige tijd van de conjunctief vormen zoals 'resista' (ik/hij/zij/u) en 'resistan' (zij/jullie/u) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperfect Subjunctive
Gebruik de verleden tijd van de conjunctief vormen zoals 'resistiera' of 'resistiese' voor hypothetische situaties in het verleden of beleefde verzoeken.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng resistir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'resistir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent resistir in het Spaans?
resistir betekent "weerstaan".
Is resistir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
resistir is een regular -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je resistir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van resistir is: yo resisto, tú resistes, él/ella/usted resiste, nosotros resistimos, vosotros resistís, ellos/ellas/ustedes resisten.
Hoe vervoeg je resistir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van resistir is: yo resistí, tú resististe, él/ella/usted resistió, nosotros resistimos, vosotros resististeis, ellos/ellas/ustedes resistieron.
