respirarVervoeging
respirar betekent ademen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van respirar (respiro) beschrijft gebruikelijke acties, dingen die nu gebeuren en algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van respirar (respiraré) geeft acties aan die zullen gebeuren of drukt waarschijnlijkheid uit.
Imperfect
De imperfectum van respirar (respiraba) beschrijft doorlopende of gebruikelijke verleden acties en zet de scène.
Conditional
De conditionele tijd van respirar (respiraría) drukt hypothetische situaties ('zou ademen'), beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden uit.
Preterite
De preteritum van respirar (respiré) geeft voltooide verleden acties aan.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's voor respirar gebruiken de tegenwoordige tijd conjunctief: no respires (jij), no respire (u), no respiremos (wij), no respiren (jullie/zij), no respiréis (jullie).
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van respirar voor directe commando's: respira (jij), respire (u), respiremos (wij), respiren (jullie/zij), respirad (jullie).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van respirar (respire) wordt gebruikt voor wensen, twijfels, emoties en na bepaalde voegwoorden.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van respirar (respirara/respirase) drukt verleden hypothetische situaties, wensen of twijfels uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng respirar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'respirar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent respirar in het Spaans?
respirar betekent "ademen".
Is respirar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
respirar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je respirar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van respirar is: yo respiro, tú respiras, él/ella/usted respira, nosotros respiramos, vosotros respiráis, ellos/ellas/ustedes respiran.
Hoe vervoeg je respirar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van respirar is: yo respiré, tú respiraste, él/ella/usted respiró, nosotros respiramos, vosotros respirasteis, ellos/ellas/ustedes respiraron.
