retornarVervoeging
retornar betekent terugkeren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief van 'retornar' (retornara, retornaras, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of suggesties.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van 'retornar' (retorne, retornes, etc.) drukt wensen, twijfels, emoties en onzekerheid uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' + de tegenwoordige tijd van de conjunctief (subjuntivo): 'no retornes' (jij), 'no retorne' (u), etc.
Imperative
Gebruik 'retorna' (jij), 'retorne' (u), 'retornemos' (wij), 'retornad' (jullie), 'retornen' (zij/u allen) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditioneel van 'retornar' (retornaría, retornarías, etc.) drukt hypothetische acties, beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden uit.
Preterite
De preteritum van 'retornar' is regelmatig: retorné, retornaste, retornó, retornamos, retornasteis, retornaron.
Imperfect
De imperfectum van 'retornar' (retornaba, retornabas, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden van terugkeren.
Present
De tegenwoordige tijd van 'retornar' (retorno, retornas, etc.) beschrijft huidige acties of gewoontes van terugkeren.
Future
De toekomende tijd van 'retornar' (retornaré, retornarás, etc.) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng retornar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'retornar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent retornar in het Spaans?
retornar betekent "terugkeren".
Is retornar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
retornar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je retornar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van retornar is: yo retorno, tú retornas, él/ella/usted retorna, nosotros retornamos, vosotros retornáis, ellos/ellas/ustedes retornan.
Hoe vervoeg je retornar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van retornar is: yo retorné, tú retornaste, él/ella/usted retornó, nosotros retornamos, vosotros retornasteis, ellos/ellas/ustedes retornaron.
