retrasarVervoeging
retrasar betekent uitstellen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van 'retrasar' (retrasara, retrasaras, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of beleefdheid.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief van 'retrasar' (retrace, retrases, etc.) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'retrasar' gebruiken 'no' plus de tegenwoordige tijd conjunctief: no retrases (jij), no retrase (u), no retrasemos (wij), no retraséis (jullie), no retrasen (zij/u allen).
Imperative
Gebruik het imperatief van 'retrasar' voor directe bevelen: retrasa (jij), retrase (u), retrasemos (wij), retrasad (jullie), retrasen (zij/u allen).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'retrasar' (retrasaría, retrasarías, etc.) drukt 'zou uitstellen'-acties uit, beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'retrasar' is regelmatig: retrasé, retrasaste, retrasó, retrasamos, retrasasteis, retrasaron, voor voltooide acties in het verleden.
Imperfect
De imperfectum van 'retrasar' (retrasaba, retrasabas, etc.) beschrijft voortdurende of gebruikelijke vertragingen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'retrasar' (retraso, retrasas, etc.) is voor acties die nu gebeuren of voor gebruikelijke vertragingen.
Future
De toekomende tijd van 'retrasar' (retrasaré, retrasarás, etc.) geeft acties aan die zullen gebeuren of drukt waarschijnlijkheid uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng retrasar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'retrasar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent retrasar in het Spaans?
retrasar betekent "uitstellen".
Is retrasar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
retrasar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je retrasar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van retrasar is: yo retraso, tú retrasas, él/ella/usted retrasa, nosotros retrasamos, vosotros retrasáis, ellos/ellas/ustedes retrasan.
Hoe vervoeg je retrasar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van retrasar is: yo retrasé, tú retrasaste, él/ella/usted retrasó, nosotros retrasamos, vosotros retrasasteis, ellos/ellas/ustedes retrasaron.
