reunirVervoeging
reunir betekent verzamelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Reunir' heeft een verplicht accent op de 'ú' in alle vormen behalve nosotros en vosotros: reúno, reúnes, reúne, reunimos, reunís, reúnen.
Future
De future van 'reunir' is regelmatig: reuniré, reunirás, reunirá, reuniremos, reuniréis, reunirán.
Imperfect
De imperfect van 'reunir' is regelmatig: reunía, reunías, reunía, reuníamos, reuníais, reunían.
Conditional
De conditional van 'reunir' is regelmatig: reuniría, reunirías, reuniría, reuniríamos, reuniríais, reunirían.
Preterite
De preterite van 'reunir' is regelmatig: reuní, reuniste, reunió, reunimos, reunisteis, reunieron.
Imperative
Negative Imperative
De negative imperative gebruikt de present subjunctive vormen: no reúnas, no reúna, no reunamos, no reunáis, no reúnan.
Imperative
Gebruik 'reúne' (tú), 'reúna' (usted), 'reunamos' (nosotros), 'reunid' (vosotros), en 'reúnan' (ustedes) voor bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De present subjunctive volgt het accentpatroon van de present indicative: reúna, reúnas, reúna, reunamos, reunáis, reúnan.
Imperfect Subjunctive
De imperfect subjunctive van 'reunir' is regelmatig: reuniera, reunieras, reuniera, reuniéramos, reunierais, reunieran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng reunir van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'reunir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent reunir in het Spaans?
reunir betekent "verzamelen".
Is reunir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
reunir is een irregular (vowel break/accent change) -ir werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je reunir in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van reunir is: yo reúno, tú reúnes, él/ella/usted reúne, nosotros reunimos, vosotros reunís, ellos/ellas/ustedes reúnen.
Hoe vervoeg je reunir in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van reunir is: yo reuní, tú reuniste, él/ella/usted reunió, nosotros reunimos, vosotros reunisteis, ellos/ellas/ustedes reunieron.
