reventarVervoeging
reventar means barsten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief is regelmatig: reventara, reventaras, reventara, reventáramos, reventarais, reventaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief volgt de stamverandering e naar ie: reviente, revientes, reviente, reventemos, reventéis, revienten.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de vormen van de conjunctief tegenwoordige tijd: no revientes, no reviente, no reventemos, no reventéis, no revienten.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt de stamverandering in de meeste vormen: revienta (tú), reviente (usted), revienten (ustedes).
Indicative
Conditional
De conditioneel is regelmatig: voeg -ía, -ías, -ía, -íamos, -íais, -ían toe aan het hele werkwoord reventar.
Preterite
De pretérito van reventar is volledig regelmatig en volgt de standaard -ar uitgangen.
Imperfect
De imperfectum van reventar is regelmatig: reventaba, reventabas, reventaba, reventábamos, reventabais, reventaban.
Present
De tegenwoordige tijd van reventar volgt een stamverandering (e naar ie) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomstige tijd is regelmatig: voeg de uitgangen -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe aan het hele werkwoord reventar.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng reventar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'reventar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent reventar in het Spaans?
reventar betekent "barsten".
Is reventar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
reventar is een stem-changing (e to ie) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je reventar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van reventar is: yo reviento, tú revientas, él/ella/usted revienta, nosotros reventamos, vosotros reventáis, ellos/ellas/ustedes revientan.
Hoe vervoeg je reventar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van reventar is: yo reventé, tú reventaste, él/ella/usted reventó, nosotros reventamos, vosotros reventasteis, ellos/ellas/ustedes reventaron.
