rezarVervoeging
rezar betekent bidden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van 'rezar' is regelmatig en volgt de standaard -ar uitgangen.
Future
De toekomende tijd van 'rezar' is regelmatig: voeg de uitgangen toe aan het hele werkwoord.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van 'rezar' is regelmatig en gebruikt de standaard -aba uitgangen.
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'rezar' is regelmatig: infinitief + ía, ías, ía...
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'rezar' heeft een spellingwijziging in de eerste persoon (recé) om de zachte 'c'-klank te behouden.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs van 'rezar' gebruikt altijd de vormen van de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd met 'no'.
Imperative
De gebiedende wijs van 'rezar' gebruikt 'reza' voor tú en 'rece' voor formele bevelen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van 'rezar' gebruikt een 'c' in plaats van een 'z' in alle vormen (rece, reces...).
Imperfect Subjunctive
De aanvoegende wijs onvoltooid verleden tijd van 'rezar' is regelmatig, gebaseerd op de stam 'rezaron'.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng rezar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'rezar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent rezar in het Spaans?
rezar betekent "bidden".
Is rezar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
rezar is een regular (with minor spelling changes in certain forms) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je rezar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van rezar is: yo rezo, tú rezas, él/ella/usted reza, nosotros rezamos, vosotros rezáis, ellos/ellas/ustedes rezan.
Hoe vervoeg je rezar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van rezar is: yo recé, tú rezaste, él/ella/usted rezó, nosotros rezamos, vosotros rezasteis, ellos/ellas/ustedes rezaron.
