rondarVervoeging
rondar means patrouilleren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van rondar (rondara/rondase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of beleefde verzoeken.
Present Subjunctive
De presentum conjunctief van rondar (ronde, rondes, rondemos, rondéis, ronden) wordt gebruikt voor wensen, twijfels en emoties.
Imperative
Negative Imperative
Ontkennende bevelen voor rondar gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no rondes, no ronde, no rondemos, no rondéis, no ronden.
Imperative
Het gebiedende wijs van rondar is grotendeels regelmatig, met 'ronda' voor tú en 'rondad' voor vosotros.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van rondar (rondaría, rondarías, rondaría, rondaríamos, rondaríais, rondarían) drukt 'zou'-acties of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van rondar is regelmatig: rondé, rondaste, rondó, rondamos, rondasteis, rondaron.
Imperfect
De imperfectum van rondar (rondaba, rondabas, rondaba, rondábamos, rondabais, rondaban) beschrijft doorlopende of gebruikelijke patrouilles in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van rondar (rondo, rondas, ronda, rondamos, rondáis, rondan) beschrijft huidige of gebruikelijke acties.
Future
De toekomende tijd van rondar (rondaré, rondarás, rondará, rondaremos, rondaréis, rondarán) geeft acties aan die zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng rondar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'rondar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent rondar in het Spaans?
rondar betekent "patrouilleren".
Is rondar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
rondar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je rondar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van rondar is: yo rondo, tú rondas, él/ella/usted ronda, nosotros rondamos, vosotros rondáis, ellos/ellas/ustedes rondan.
Hoe vervoeg je rondar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van rondar is: yo rondé, tú rondaste, él/ella/usted rondó, nosotros rondamos, vosotros rondasteis, ellos/ellas/ustedes rondaron.
