saborearVervoeging
saborear means proeven.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum aanvoegende wijs van saborear (saboreara/saborease) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd aanvoegende wijs van saborear (saboree, saborees, etc.) drukt wensen, twijfels of emoties uit.
Imperative
Negative Imperative
No saborees (jij), no saboree (u), no saboreemos (wij), no saboreéis (jullie), no saboreen (zij/u allen) zijn de ontkennende gebiedende wijs vormen voor saborear.
Imperative
Saborea (jij), saboree (u), saboreemos (wij), saboread (jullie), saboreen (zij/u allen) zijn de bevestigende gebiedende wijs vormen voor saborear.
Indicative
Conditional
Saborearía, saborearías, saborearía, saborearíamos, saborearíais, saborearían zijn de regelmatige conditionele vormen voor saborear.
Preterite
Saboreé, saboreaste, saboreó, saboreamos, saboreasteis, saborearon zijn de regelmatige preteritum vormen voor saborear.
Imperfect
Saboreaba, saboreabas, saboreaba, saboreábamos, saboreabais, saboreaban zijn de regelmatige imperfectum vormen voor saborear.
Present
Saboreo, saboreas, saborea, saboreamos, saboreáis, saborean zijn de regelmatige tegenwoordige tijd indicatief vormen voor saborear.
Future
Saborearé, saborearás, saboreará, saborearemos, saborearéis, saborearán zijn de regelmatige toekomstige vormen voor saborear.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng saborear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'saborear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent saborear in het Spaans?
saborear betekent "proeven".
Is saborear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
saborear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je saborear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van saborear is: yo saboreo, tú saboreas, él/ella/usted saborea, nosotros saboreamos, vosotros saboreáis, ellos/ellas/ustedes saborean.
Hoe vervoeg je saborear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van saborear is: yo saboreé, tú saboreaste, él/ella/usted saboreó, nosotros saboreamos, vosotros saboreasteis, ellos/ellas/ustedes saborearon.
