sacrificarVervoeging
sacrificar betekent opofferen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van sacrificar is regelmatig, gebaseerd op de derde persoon meervoud verleden tijd: sacrificara, sacrificaras, sacrificara...
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van sacrificar kent een klinkerwisseling van 'c' naar 'qu': sacrifique, sacrifiques, sacrifique, sacrifiquemos, sacrifiquéis, sacrifiquen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt altijd de vormen van de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no sacrifiques, no sacrifique...
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt de 'qu'-spellingwijziging voor formele en meervoudige commando's: sacrifica, sacrifique, sacrifiquemos.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van sacrificar is regelmatig: sacrificaría, sacrificarías, sacrificaría...
Preterite
Sacrificar heeft een spellingwijziging alleen in de 'yo'-vorm: sacrifiqué.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van sacrificar is regelmatig: sacrificaba, sacrificabas, sacrificaba...
Present
De tegenwoordige tijd van sacrificar is volledig regelmatig: sacrifico, sacrificas, sacrifica...
Future
De toekomende tijd van sacrificar is regelmatig: sacrificaré, sacrificarás, sacrificará...
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng sacrificar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'sacrificar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent sacrificar in het Spaans?
sacrificar betekent "opofferen".
Is sacrificar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
sacrificar is een spelling-change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je sacrificar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van sacrificar is: yo sacrifico, tú sacrificas, él/ella/usted sacrifica, nosotros sacrificamos, vosotros sacrificáis, ellos/ellas/ustedes sacrifican.
Hoe vervoeg je sacrificar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van sacrificar is: yo sacrifiqué, tú sacrificaste, él/ella/usted sacrificó, nosotros sacrificamos, vosotros sacrificasteis, ellos/ellas/ustedes sacrificaron.
