saldarVervoeging
saldar means afbetalen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte aanvoegende wijs van saldar drukt hypothetische situaties in het verleden of wensen uit: saldara, saldaras, saldáramos, saldaran.
Present Subjunctive
De aanvoegende wijs tegenwoordige tijd van saldar wordt gebruikt voor wensen, twijfels en aanbevelingen: salde, saldes, saldemos, salden.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor saldar gebruiken de aanvoegende wijs tegenwoordige tijd: no saldes (jij), no salde (u), no saldemos (wij), no salden (jullie/u allen), no saldéis (jullie).
Imperative
Het gebiedende wijs van saldar geeft directe bevelen: salda (jij), salde (u), saldemos (wij), salden (jullie/u allen), saldad (jullie).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van saldar drukt hypothetische acties uit ('zou afbetalen'): saldaría, saldarías, saldaríamos, saldarían.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd van saldar beschrijft voltooide acties in het verleden: saldé, saldaste, saldó, saldamos, saldasteis, saldaron.
Imperfect
De imperfectum van saldar beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden: saldaba, saldabas, saldábamos, saldaban.
Present
De onvoltooid tegenwoordige tijd van saldar geeft huidige acties of gewoonten aan: saldo, saldas, salda, saldamos, saldáis, saldan.
Future
De toekomende tijd van saldar geeft acties aan die zullen plaatsvinden: saldaré, saldarás, saldará, saldaremos, saldaréis, saldarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng saldar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'saldar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent saldar in het Spaans?
saldar betekent "afbetalen".
Is saldar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
saldar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je saldar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van saldar is: yo saldo, tú saldas, él/ella/usted salda, nosotros saldamos, vosotros saldáis, ellos/ellas/ustedes saldan.
Hoe vervoeg je saldar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van saldar is: yo saldé, tú saldaste, él/ella/usted saldó, nosotros saldamos, vosotros saldasteis, ellos/ellas/ustedes saldaron.
