sangrarVervoeging
sangrar means bloeden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden conjunctief van sangrar is regelmatig: sangrara, sangraras, sangrara, sangráramos, sangrarais, sangraran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief van sangrar gebruikt -e uitgangen: sangre, sangres, sangre, sangremos, sangréis, sangren.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van sangrar gebruikt vormen van de tegenwoordige conjunctief: no sangres, no sangre, no sangremos, no sangréis, no sangren.
Imperative
Het bevestigende gebiedende wijs van sangrar: sangra (jij), sangre (u), sangremos (wij), sangrad (jullie), sangren (zij/u allen).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van sangrar is regelmatig: sangraría, sangrarías, sangraría, sangraríamos, sangraríais, sangrarían.
Preterite
De verleden tijd (preteritum) van sangrar is regelmatig: sangré, sangraste, sangró, sangramos, sangrasteis, sangraron.
Imperfect
De imperfectum van sangrar is regelmatig: sangraba, sangrabas, sangraba, sangrábamos, sangrabais, sangraban.
Present
De tegenwoordige tijd van sangrar is regelmatig: sangro, sangras, sangra, sangramos, sangráis, sangran.
Future
De toekomende tijd van sangrar gebruikt het infinitief als stam: sangraré, sangrarás, sangrará, sangraremos, sangraréis, sangrarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng sangrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'sangrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent sangrar in het Spaans?
sangrar betekent "bloeden".
Is sangrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
sangrar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je sangrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van sangrar is: yo sangro, tú sangras, él/ella/usted sangra, nosotros sangramos, vosotros sangráis, ellos/ellas/ustedes sangran.
Hoe vervoeg je sangrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van sangrar is: yo sangré, tú sangraste, él/ella/usted sangró, nosotros sangramos, vosotros sangrasteis, ellos/ellas/ustedes sangraron.
