saquearVervoeging
saquear means plunderen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief (saqueara/saquearas/saqueara/saqueáramos/saquearais/saquearan) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of twijfels.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief (saquee, saqueen, etc.) volgt uitdrukkingen van verlangen, twijfel, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' + tegenwoordige tijd conjunctief, zoals 'no sapees' (jij) en 'no saqueen' (jullie/u), voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik imperatiefvormen zoals 'saquea' (jij) en 'saqueen' (jullie/u) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'saquear' (saquearía, saquearías, etc.) drukt 'zou plunderen' uit, beleefde verzoeken, of toekomende tijd in het verleden.
Preterite
De voltooid verleden tijd van 'saquear' is regelmatig: saqueé, saqueaste, saqueó, saqueamos, saqueasteis, saquearon, gebruikt voor voltooide acties in het verleden.
Imperfect
De imperfectum van 'saquear' (saqueaba, saqueabas, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke plunderacties in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van 'saquear' (saqueo, saqueas, saquea, etc.) beschrijft gebruikelijke of huidige plunderacties.
Future
De toekomende tijd van 'saquear' (saquearé, saquearás, etc.) geeft aan dat acties zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng saquear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'saquear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent saquear in het Spaans?
saquear betekent "plunderen".
Is saquear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
saquear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je saquear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van saquear is: yo saqueo, tú saqueas, él/ella/usted saquea, nosotros saqueamos, vosotros saqueáis, ellos/ellas/ustedes saquean.
Hoe vervoeg je saquear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van saquear is: yo saqueé, tú saqueaste, él/ella/usted saqueó, nosotros saqueamos, vosotros saqueasteis, ellos/ellas/ustedes saquearon.
