sellarVervoeging
sellar betekent afstempelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte subjunctive ('sellara' of 'sellase') drukt hypothetische situaties of wensen in het verleden uit.
Present Subjunctive
De tegenwoordige subjunctive ('selles', 'selle', 'sellemos', etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken 'no' plus de tegenwoordige subjunctive: 'no selles' (jij), 'no selle' (u), 'no sellemos' (wij), 'no sellen' (jullie/zij), 'no selléis' (jullie - informeel).
Imperative
Gebruik 'sella' (jij), 'selle' (u), 'sellemos' (wij), 'sellen' (jullie/zij), 'sellad' (jullie - informeel) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van sellar ('sellaría', 'sellarías', etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties ('zou stempelen') en beleefde verzoeken.
Preterite
De pretérito van sellar is regelmatig: sellé, sellaste, selló, sellamos, sellasteis, sellaron.
Imperfect
De imperfectum van sellar ('sellaba', 'sellabas', 'sellaba', etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke handelingen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van sellar ('sello', 'sellas', 'sella', etc.) beschrijft gebruikelijke handelingen, wat er nu gebeurt, of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd van sellar ('sellará', 'sellaremos', etc.) geeft aan dat acties zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng sellar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'sellar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent sellar in het Spaans?
sellar betekent "afstempelen".
Is sellar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
sellar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je sellar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van sellar is: yo sello, tú sellas, él/ella/usted sella, nosotros sellamos, vosotros selláis, ellos/ellas/ustedes sellan.
Hoe vervoeg je sellar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van sellar is: yo sellé, tú sellaste, él/ella/usted selló, nosotros sellamos, vosotros sellasteis, ellos/ellas/ustedes sellaron.
