sentarVervoeging
sentar betekent gaan zitten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Sentar is een werkwoord met klinkerwisseling (e > ie) in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
De toekomende tijd van sentar is regelmatig: sentaré, sentarás, sentará, sentaremos, sentaréis, sentarán.
Imperfect
De imperfectum van sentar is regelmatig: sentaba, sentabas, sentaba, sentábamos, sentabais, sentaban.
Conditional
De conditioneel van sentar is regelmatig: sentaría, sentarías, sentaría, sentaríamos, sentaríais, sentarían.
Preterite
De preterite van sentar is regelmatig: senté, sentaste, sentó, sentamos, sentasteis, sentaron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt de vormen van de tegenwoordige conjunctief: no sientes, no siente, no sentemos, no sentéis, no sienten.
Imperative
De imperatief gebruikt de klinkerwisseling (e > ie) voor de meeste commando's: siente, sentad, sienten.
Subjunctive
Present Subjunctive
Sentar volgt de e > ie klinkerwisseling in de conjunctief, behalve voor nosotros en vosotros.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van sentar is regelmatig: sentara, sentaras, sentara, sentáramos, sentarais, sentaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng sentar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'sentar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent sentar in het Spaans?
sentar betekent "gaan zitten".
Is sentar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
sentar is een irregular (stem-changing e > ie) -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je sentar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van sentar is: yo siento, tú sientas, él/ella/usted sienta, nosotros sentamos, vosotros sentáis, ellos/ellas/ustedes sienten.
Hoe vervoeg je sentar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van sentar is: yo senté, tú sentaste, él/ella/usted sentó, nosotros sentamos, vosotros sentasteis, ellos/ellas/ustedes sentaron.
