sentenciarVervoeging
sentenciar means veroordelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte aanvoegende wijs (sentenciara/sentenciase) wordt gebruikt voor hypothetische situaties of wensen uit het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs (sentencie, sentencies, etc.) volgt uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's zoals 'veroordeel hem niet!' gebruiken de negatieve gebiedende wijs van sentenciar.
Imperative
Kommando's zoals 'veroordeel hem!' of 'laten we veroordelen!' gebruiken de gebiedende wijs van sentenciar.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van sentenciar betekent 'zou veroordelen'.
Preterite
De onvoltooid verleden tijd (preterite) van sentenciar beschrijft voltooide acties zoals 'de rechter veroordeelde'.
Imperfect
De imperfectum van sentenciar beschrijft doorlopende of gebruikelijke veroordelingen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van sentenciar betekent 'veroordelen' of 'veroordeelt' momenteel.
Future
De toekomende tijd van sentenciar drukt 'zal veroordelen' uit.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng sentenciar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'sentenciar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent sentenciar in het Spaans?
sentenciar betekent "veroordelen".
Is sentenciar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
sentenciar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je sentenciar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van sentenciar is: yo sentencio, tú sentencias, él/ella/usted sentencia, nosotros sentenciamos, vosotros sentenciáis, ellos/ellas/ustedes sentencian.
Hoe vervoeg je sentenciar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van sentenciar is: yo sentencié, tú sentenciaste, él/ella/usted sentenció, nosotros sentenciamos, vosotros sentenciasteis, ellos/ellas/ustedes sentenciaron.
