separarVervoeging
separar betekent scheiden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no separes', 'no separe', 'no separemos', 'no separen', 'no separéis' voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'separa', 'separe', 'separemos', 'separen', 'separad' voor directe bevelen met 'separar'.
Subjunctive
Present Subjunctive
Gebruik 'separe', 'separemos', 'separen', 'separes', 'separéis' na wensen, twijfels, emoties en onpersoonlijke uitdrukkingen.
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'separara' of 'separase' voor hypothetische of verleden tijd conjunctief situaties.
Indicative
Preterite
De pretérito van 'separar' is regelmatig: separé, separaste, separó, separamos, separasteis, separaron.
Conditional
De conditionele tijd van 'separar' is regelmatig: separaría, separarías, separaría, separaríamos, separaríais, separarían.
Imperfect
De imperfecto van 'separar' is regelmatig: separaba, separabas, separaba, separábamos, separabais, separaban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'separar' is regelmatig: separo, separas, separa, separamos, separáis, separan.
Future
De toekomende tijd van 'separar' is regelmatig: separaré, separarás, separará, separaremos, separaréis, separarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng separar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'separar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent separar in het Spaans?
separar betekent "scheiden".
Is separar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
separar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je separar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van separar is: yo separo, tú separas, él/ella/usted separa, nosotros separamos, vosotros separáis, ellos/ellas/ustedes separan.
Hoe vervoeg je separar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van separar is: yo separé, tú separaste, él/ella/usted separó, nosotros separamos, vosotros separasteis, ellos/ellas/ustedes separaron.
