Inklingo
Een kind met een kartonnen kroon en een rode cape, dat zich voordoet als een koning.

simular

doen alsof

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord simular betekent doen alsof.

Tegenwoordige tijd:

yosimulo
simulas
él/ella/ustedsimula
nosotrossimulamos
vosotrossimuláis
ellos/ellas/ustedessimulan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedessimularan
yosimulara
simularas
vosotrossimularais
nosotrossimuláramos
él/ella/ustedsimulara

De imperfect subjunctive van simular (simulara/simularas/simulara/simuláramos/simularais/simularan) wordt gebruikt voor hypothetische situaties en wensen in het verleden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedessimulen
yosimule
simules
vosotrossimuléis
nosotrossimulemos
él/ella/ustedsimule

De present subjunctive van simular (simule, simules, simule, simulemos, simuléis, simulen) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no simules
vosotrosno simuléis
ustedesno simulen
nosotrosno simulemos
ustedno simule

Negatieve bevelen voor simular gebruiken 'no' + present subjunctive: no simules (jij), no simule (u), no simulemos (wij), no simuléis (jullie - Spanje), no simulen (u - meervoud).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

simula
vosotrossimulad
ustedessimulen
nosotrossimulemos
ustedsimule

Het imperatief van simular gebruikt 'simula' (jij), 'simule' (u), 'simulemos' (wij), 'simulad' (jullie - Spanje), 'simulen' (u - meervoud).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedessimularían
yosimularía
simularías
vosotrossimularíais
nosotrossimularíamos
él/ella/ustedsimularía

De conditional van simular is regelmatig: simularía, simularías, simularía, simularíamos, simularíais, simularían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedessimularon
yosimulé
simulaste
vosotrossimulasteis
nosotrossimulamos
él/ella/ustedsimuló

De preterite van simular is regelmatig: simulé, simulaste, simuló, simulamos, simulasteis, simularon.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedessimulaban
yosimulaba
simulabas
vosotrossimulabais
nosotrossimulábamos
él/ella/ustedsimulaba

De imperfect van simular is regelmatig: simulaba, simulabas, simulaba, simulábamos, simulabais, simulaban.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedessimulan
yosimulo
simulas
vosotrossimuláis
nosotrossimulamos
él/ella/ustedsimula

De present indicative van simular is regelmatig: simulo, simulas, simula, simulamos, simuláis, simulan.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedessimularán
yosimularé
simularás
vosotrossimularéis
nosotrossimularemos
él/ella/ustedsimulará

De future van simular is regelmatig: simularé, simularás, simulará, simularemos, simularéis, simularán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng simular van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'simular' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.