Inklingo
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Subjunctive

Present Subjunctive

yosurja
surjas
él/ella/ustedsurja
nosotrossurjamos
vosotrossurjáis
ellos/ellas/ustedessurjan

De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'surgir' gebruikt de 'j'-spelling in alle vormen: surja, surjas, surja, surjamos, surjáis, surjan.

Imperfect Subjunctive

yosurgiera
surgieras
él/ella/ustedsurgiera
nosotrossurgiéramos
vosotrossurgierais
ellos/ellas/ustedessurgieran

De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'surgir' is regelmatig, gebaseerd op de stam 'surgieron': surgiera, surgieras, surgiera...

Imperative

Imperative

surge
ustedsurja
nosotrossurjamos
vosotrossurgid
ustedessurjan

De gebiedende wijs van 'surgir' wordt zelden voor personen gebruikt, maar vaak voor ideeën of dingen: surge, surja, surjamos.

Negative Imperative

no surjas
ustedno surja
nosotrosno surjamos
vosotrosno surjáis
ustedesno surjan

De ontkennende gebiedende wijs van 'surgir' gebruikt altijd de 'j'-spelling: no surjas, no surja, no surjan.

Indicative

Present

yosurjo
surges
él/ella/ustedsurge
nosotrossurgimos
vosotrossurgís
ellos/ellas/ustedessurgen

De tegenwoordige tijd van 'surgir' ondergaat een spellingverandering in de 'yo'-vorm (surjo) om de 'g'-klank te behouden.

Preterite

yosurgí
surgiste
él/ella/ustedsurgió
nosotrossurgimos
vosotrossurgisteis
ellos/ellas/ustedessurgieron

De voltooid verleden tijd van 'surgir' is regelmatig: surgí, surgiste, surgió, surgimos, surgisteis, surgieron.

Future

yosurgiré
surgirás
él/ella/ustedsurgirá
nosotrossurgiremos
vosotrossurgiréis
ellos/ellas/ustedessurgirán

De toekomende tijd van 'surgir' is regelmatig: surgiré, surgirás, surgirá, surgiremos, surgiréis, surgirán.

Imperfect

yosurgía
surgías
él/ella/ustedsurgía
nosotrossurgíamos
vosotrossurgíais
ellos/ellas/ustedessurgían

De onvoltooid verleden tijd van 'surgir' is regelmatig: surgía, surgías, surgía, surgíamos, surgíais, surgían.

Conditional

yosurgiría
surgirías
él/ella/ustedsurgiría
nosotrossurgiríamos
vosotrossurgiríais
ellos/ellas/ustedessurgirían

De voorwaardelijke wijs van 'surgir' is regelmatig: surgiría, surgirías, surgiría, surgiríamos, surgiríais, surgirían.

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng surgir van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'surgir' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent surgir in het Spaans?

surgir betekent "opkomen".

Is surgir een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

surgir is een spelling change -ir werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je surgir in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van surgir is: yo surjo, tú surges, él/ella/usted surge, nosotros surgimos, vosotros surgís, ellos/ellas/ustedes surgen.

Hoe vervoeg je surgir in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van surgir is: yo surgí, tú surgiste, él/ella/usted surgió, nosotros surgimos, vosotros surgisteis, ellos/ellas/ustedes surgieron.

Gratis afdrukbare referentie

surgir vervoegingsspiekbrief

surgir vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs