suscitarVervoeging
suscitar betekent aanleiding geven tot.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van 'suscitar' heeft twee vormen, zoals 'suscitara/suscitase', 'suscitaras/suscitases', etc.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van 'suscitar' is: suscite, suscites, suscitemos, suscite, suscitéis, susciten.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'suscitar' gebruiken de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no suscites, no suscite, no suscitemos, no susciten, no suscitéis, no susciten.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'suscitar' gebruikt 'suscita', 'suscite', 'suscitemos', 'suscite', 'suscitad', 'susciten'.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van 'suscitar' is regelmatig: suscitaría, suscitarías, suscitaría, suscitaríamos, suscitaríais, suscitarían.
Preterite
De verleden tijd enkelvoud (preteritum) van 'suscitar' is regelmatig: suscité, suscitaste, suscitó, suscitamos, suscitasteis, suscitaron.
Imperfect
De verleden tijd onvoltooid (imperfectum) van 'suscitar' is regelmatig: suscitaba, suscitabas, suscitaba, suscitábamos, suscitabais, suscitaban.
Present
De tegenwoordige tijd enkelvoud (indicatief) van 'suscitar' is regelmatig: suscito, suscita, suscita, suscitamos, suscitáis, suscitan.
Future
De toekomende tijd van 'suscitar' is regelmatig: suscitaré, suscitarás, suscitará, suscitaremos, suscitaréis, suscitarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng suscitar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'suscitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent suscitar in het Spaans?
suscitar betekent "aanleiding geven tot".
Is suscitar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
suscitar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je suscitar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van suscitar is: yo suscito, tú suscitas, él/ella/usted suscita, nosotros suscitamos, vosotros suscitáis, ellos/ellas/ustedes suscitan.
Hoe vervoeg je suscitar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van suscitar is: yo suscité, tú suscitaste, él/ella/usted suscitó, nosotros suscitamos, vosotros suscitasteis, ellos/ellas/ustedes suscitaron.
