tambalearVervoeging
tambalear betekent wankelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van tambalear (tambaleara/tambalearas/etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties en wensen in het verleden.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van tambalear (tambalee, tambalees, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, emotie en wensen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor tambalear gebruiken de tegenwoordige aanvoegende wijs: no tambalees, no tambalee, no tambaleemos, etc.
Imperative
Het gebiedende wijs van tambalear is grotendeels regelmatig, met 'tambalea' (tú) en 'tambaleemos' (nosotros) als belangrijke vormen.
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van tambalear (tambalearía, tambalearías, etc.) betekent 'zou wankelen' of drukt beleefde suggesties uit.
Preterite
De voltooid verleden tijd van tambalear (tambaleé, tambaleaste, tambaleó, etc.) beschrijft voltooide acties van wankelen.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van tambalear (tambaleaba, tambaleabas, etc.) beschrijft doorlopend of gebruikelijk wankelen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van tambalear (tambaleo, tambaleas, tambalea, etc.) betekent nu wankelen of gewoonlijk wankelen.
Future
De toekomende tijd van tambalear (tambalearé, tambalearás, etc.) geeft toekomstig wankelen of waarschijnlijkheid aan.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng tambalear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'tambalear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent tambalear in het Spaans?
tambalear betekent "wankelen".
Is tambalear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
tambalear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je tambalear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van tambalear is: yo tambaleo, tú tambaleas, él/ella/usted tambalea, nosotros tambaleamos, vosotros tambaleáis, ellos/ellas/ustedes tambalean.
Hoe vervoeg je tambalear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van tambalear is: yo tambaleé, tú tambaleaste, él/ella/usted tambaleó, nosotros tambaleamos, vosotros tambaleasteis, ellos/ellas/ustedes tambalearon.
