tejerVervoeging
tejer betekent breien.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'tejiera'/'tejiese' (ik/hij/zij/u), 'tejieras'/'tejieses' (jij), 'tejiéramos'/'tejiésemos' (wij), 'tejieran'/'tejiesen' (zij/u allen), 'tejierais'/'tejieseis' (jullie) voor hypothetische situaties of wensen in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik 'teja' (ik/hij/zij/u), 'tejas' (jij), 'tejamos' (wij), 'tejan' (zij/u allen), 'tejáis' (jullie) na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no tejas' (jij), 'no teja' (u), 'no tejamos' (wij), 'no tejan' (jullie/zij), 'no tejáis' (jullie) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'teje' (jij), 'teja' (u), 'tejamos' (wij), 'tejan' (jullie/zij), 'tejed' (jullie) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik 'tejería', 'tejerías', 'tejería', 'tejeríamos', 'tejeríais', 'tejerían' voor hypothetische situaties ('zou'), beleefde verzoeken of toekomende tijd in het verleden.
Preterite
Gebruik 'tejí', 'tejiste', 'tejió', 'tejimos', 'tejisteis', 'tejieron' voor voltooide brei-acties in het verleden.
Imperfect
Gebruik 'tejía', 'tejías', 'tejía', 'tejíamos', 'tejíais', 'tejían' voor lopende of gebruikelijke brei-acties in het verleden.
Present
Gebruik 'tejo', 'tejes', 'teje', 'tejemos', 'tejéis', 'tejen' voor breien dat nu gebeurt, gewoonlijk, of als een algemene waarheid.
Future
Gebruik 'tejeré', 'tejerás', 'tejerá', 'tejeremos', 'tejeréis', 'tejerán' voor toekomstige brei-acties of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng tejer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'tejer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent tejer in het Spaans?
tejer betekent "breien".
Is tejer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
tejer is een regular -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je tejer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van tejer is: yo tejo, tú tejes, él/ella/usted teje, nosotros tejemos, vosotros tejéis, ellos/ellas/ustedes tejen.
Hoe vervoeg je tejer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van tejer is: yo tejí, tú tejiste, él/ella/usted tejió, nosotros tejimos, vosotros tejisteis, ellos/ellas/ustedes tejieron.
