telefonearVervoeging
telefonear betekent bellen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd (imperfectum conjunctief) van telefonear drukt verleden hypothetische situaties of wensen uit, zoals 'si telefoneara' (als hij/zij/u zou bellen).
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd (conjunctief) van telefonear wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen of emotie, zoals 'Espero que telefonees' (Ik hoop dat je belt).
Imperative
Negative Imperative
Gebruik de ontkennende gebiedende wijs van telefonear met 'no' en de tegenwoordige tijd (conjunctief), zoals '¡no telefonees!' (niet bellen!).
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs van telefonear voor directe commando's zoals '¡telefonea!' (bel!).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van telefonear is regelmatig: telefonearía, telefonearías, telefonearía, telefonearíamos, telefonearíais, telefonearían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van telefonear is regelmatig: telefoneé, telefoneaste, telefoneó, telefoneamos, telefoneasteis, telefonearon.
Imperfect
De imperfectum van telefonear beschrijft verleden gewoontes of doorlopende acties, zoals 'telefoneaba' (hij/zij belde vroeger).
Present
De tegenwoordige tijd van telefonear is regelmatig: telefoneo, telefoneas, telefonea, telefoneamos, telefoneáis, telefonean.
Future
De toekomende tijd van telefonear is regelmatig: telefonearé, telefonearás, telefoneará, telefonearemos, telefonearéis, telefonearán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng telefonear van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'telefonear' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent telefonear in het Spaans?
telefonear betekent "bellen".
Is telefonear een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
telefonear is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je telefonear in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van telefonear is: yo telefoneo, tú telefoneas, él/ella/usted telefonea, nosotros telefoneamos, vosotros telefoneáis, ellos/ellas/ustedes telefonean.
Hoe vervoeg je telefonear in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van telefonear is: yo telefoneé, tú telefoneaste, él/ella/usted telefoneó, nosotros telefoneamos, vosotros telefoneasteis, ellos/ellas/ustedes telefonearon.
