telefonear
“telefonear” betekent “bellen” in het Spaans (om een telefoongesprek te voeren).
bellen
Ook: telefoneren, een telefoontje plegen
📝 In Actie
Yo telefoneo a mi madre todos los domingos.
A1Ik bel mijn moeder elke zondag.
¿Puedes telefonear al hotel para confirmar nuestra reserva?
A2Kun je het hotel bellen om onze reservering te bevestigen?
Le telefoneé varias veces pero no me contestó.
B1Ik heb hem meerdere keren gebeld, maar hij nam niet op.
🔄 Vervoegingen
subjunctive
imperfect
present
indicative
preterite
imperfect
present
✏️ Snelle oefening
Snelle Quiz: telefonear
Vraag 1 van 3
Hoe zeg je 'Ik belde mijn zus'?
📚 Meer bronnen
👥 Woordfamilie▼
📚 Etymologie▼
In het Spaans gecreëerd door het zelfstandig naamwoord 'teléfono' (telefoon) om te zetten in een werkwoord. De wortel komt van het Griekse 'tele' (ver) en 'phono' (stem of geluid).
Eerste vermelding: 19th century
Cognaten (Verwante woorden)
💡 Beheers Spaans
Til je Spaans naar een hoger niveau. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen op jouw niveau met de Inklingo app!
Veelgestelde Vragen
Wordt 'telefonear' ook voor mobiele telefoons gebruikt?
Ja, het dekt elk telefoontoestel, hoewel 'llamar' de meest natuurlijke keuze blijft voor mobieltjes.
Is het een regulier werkwoord?
Ja, het volgt het standaardpatroon voor alle werkwoorden die eindigen op -ar.
Betekent het 'iemands naam roepen'?
Nee. Om iemands naam te roepen of naar hen te schreeuwen, moet je 'llamar' gebruiken. 'Telefonear' is strikt voor het gebruik van een telefoon.