Inklingo
Een klein, nerveus kind met grote ogen kijkt verschrikt over de schouder van een grote, veilige volwassene, wat algemene vrees illustreert.

temer

vrezen

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -er werkwoord.

Het Spaanse werkwoord temer betekent vrezen.

Tegenwoordige tijd:

yotemo
temes
él/ella/ustedteme
nosotrostememos
vosotrosteméis
ellos/ellas/ustedestemen

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

indicative

present

él/ella/ustedteme
yotemo
temes
ellos/ellas/ustedestemen
nosotrostememos
vosotrosteméis

De tegenwoordige tijd van 'temer' is regelmatig: temo, temes, teme, tememos, teméis, temen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

él/ella/ustedtemerá
yotemeré
temerás
ellos/ellas/ustedestemerán
nosotrostemeremos
vosotrostemeréis

De futuro van 'temer' gebruikt het hele werkwoord als basis: temeré, temerás, temerá, temeremos, temeréis, temerán.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedtemía
yotemía
temías
ellos/ellas/ustedestemían
nosotrostemíamos
vosotrostemíais

De imperfecto van 'temer' is regelmatig: temía, temías, temía, temíamos, temíais, temían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

conditional

él/ella/ustedtemería
yotemería
temerías
ellos/ellas/ustedestemerían
nosotrostemeríamos
vosotrostemeríais

De condicional van 'temer' is regelmatig: temería, temerías, temería, temeríamos, temeríais, temerían.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

él/ella/ustedtemió
yotemí
temiste
ellos/ellas/ustedestemieron
nosotrostemimos
vosotrostemisteis

'Temer' is regelmatig in de preterito: temí, temiste, temió, temimos, temisteis, temieron.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

ustedesno teman
nosotrosno temamos
no temas
ustedno tema
vosotrosno temáis

De negatieve imperativo van 'temer' gebruikt de vormen van de conjunctief: no temas, no tema, no temamos, no temáis, no teman.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

ustedesteman
nosotrostemamos
teme
ustedtema
vosotrostemed

De bevestigende imperativo van 'temer': teme (tú), tema (usted), temamos (nosotros), temed (vosotros), teman (ustedes).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

subjunctive

present

él/ella/ustedtema
yotema
temas
ellos/ellas/ustedesteman
nosotrostemamos
vosotrostemáis

De present subjunctive van 'temer' is regelmatig: tema, temas, tema, temamos, temáis, teman.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

él/ella/ustedtemiera
yotemiera
temieras
ellos/ellas/ustedestemieran
nosotrostemiéramos
vosotrostemierais

De imperfect subjunctive van 'temer' is regelmatig: temiera, temieras, temiera, temiéramos, temierais, temieran.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng temer van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'temer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.