timarVervoeging
timar betekent oplichten.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van timar (timara, timaras, timara, timáramos, timarais, timaran) wordt gebruikt voor hypothetische situaties uit het verleden en wensen.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van timar (time, times, time, timemos, timéis, timen) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen met timar gebruiken de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no times, no time, no timemos, no timéis, no timen.
Imperative
Het gebiedende wijs van timar is grotendeels regelmatig, met 'timad' voor vosotros en 'tima', 'time', 'timemos', 'timen' voor anderen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van timar is regelmatig: timaría, timarías, timaría, timaríamos, timaríais, timarían, voor hypothetische of beleefde oplichtingen.
Preterite
De voltooid verleden tijd (preterite) van timar is regelmatig: timé, timaste, timó, timamos, timasteis, timaron, gebruikt voor voltooide oplichtingen in het verleden.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van timar is regelmatig: timaba, timabas, timaba, timábamos, timabais, timaban, voor doorlopende of gebruikelijke oplichtingen in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd van timar is regelmatig: timo, timas, tima, timamos, timáis, timan, gebruikt voor gebruikelijke of huidige oplichtingen.
Future
De toekomende tijd van timar is regelmatig: timaré, timarás, timará, timaremos, timaréis, timarán, voor toekomstige oplichtingen of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng timar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'timar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent timar in het Spaans?
timar betekent "oplichten".
Is timar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
timar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je timar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van timar is: yo timo, tú timas, él/ella/usted tima, nosotros timamos, vosotros timáis, ellos/ellas/ustedes timan.
Hoe vervoeg je timar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van timar is: yo timé, tú timaste, él/ella/usted timó, nosotros timamos, vosotros timasteis, ellos/ellas/ustedes timaron.
