tomarVervoeging
tomar betekent nemen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
Tomar is een regelmatig -ar werkwoord in de tegenwoordige tijd: tomo, tomas, toma, tomamos, tomáis, toman.
Future
De toekomende tijd van tomar is regelmatig, waarbij uitgangen aan het infinitief worden toegevoegd: tomaré, tomarás, tomará, tomaremos, tomaréis, tomarán.
Imperfect
De imperfectum van tomar volgt het regelmatige -aba patroon: tomaba, tomabas, tomaba, tomábamos, tomabais, tomaban.
Conditional
De conditionele wijs van tomar is regelmatig: tomaría, tomarías, tomaría, tomaríamos, tomaríais, tomarían.
Preterite
De verleden tijd (preterite) van tomar is regelmatig: tomé, tomaste, tomó, tomamos, tomasteis, tomaron.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van tomar gebruikt vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (subjunctief): no tomes, no tome, no tomemos, no toméis, no tomen.
Imperative
Het gebiedende wijs van tomar is: toma (jij), tome (u), tomemos (wij), tomad (jullie), tomen (zij/u allen).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs (subjunctief) van tomar gebruikt 'e'-uitgangen: tome, tomes, tome, tomemos, toméis, tomen.
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs (imperfect subjunctive) van tomar gebruikt de -ara uitgangen: tomara, tomaras, tomara, tomáramos, tomarais, tomaran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng tomar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'tomar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent tomar in het Spaans?
tomar betekent "nemen".
Is tomar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
tomar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je tomar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van tomar is: yo tomo, tú tomas, él/ella/usted toma, nosotros tomamos, vosotros tomáis, ellos/ellas/ustedes toman.
Hoe vervoeg je tomar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van tomar is: yo tomé, tú tomaste, él/ella/usted tomó, nosotros tomamos, vosotros tomasteis, ellos/ellas/ustedes tomaron.
.jpg&w=3840&q=75)