tomarseVervoeging
tomarse means drinken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van tomarse is regelmatig: me tomara, te tomaras, se tomara, nos tomáramos, os tomarais, se tomaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van tomarse is regelmatig: me tome, te tomes, se tome, nos tomemos, os toméis, se tomen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs van tomarse gebruikt de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no te tomes, no se tome, no nos tomemos, no os toméis, no se tomen.
Imperative
De gebiedende wijs van tomarse omvat het toevoegen van voornaamwoorden: tómate, tómese, tomémonos, tomaos, tómense.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van tomarse is regelmatig: me tomaría, te tomarías, se tomaría, nos tomaríamos, os tomaríais, se tomarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van tomarse is regelmatig: me tomé, te tomaste, se tomó, nos tomamos, os tomasteis, se tomaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van tomarse is regelmatig: me tomaba, te tomabas, se tomaba, nos tomábamos, os tomabais, se tomaban.
Present
De tegenwoordige tijd van tomarse is regelmatig: me tomo, te tomas, se toma, nos tomamos, os tomáis, se toman.
Future
De toekomende tijd van tomarse is regelmatig: me tomaré, te tomarás, se tomará, nos tomaremos, os tomaréis, se tomarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng tomarse van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'tomarse' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent tomarse in het Spaans?
tomarse betekent "drinken".
Is tomarse een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
tomarse is een regular with pronouns -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je tomarse in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van tomarse is: yo me tomo, tú te tomas, él/ella/usted se toma, nosotros nos tomamos, vosotros os tomáis, ellos/ellas/ustedes se toman.
Hoe vervoeg je tomarse in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van tomarse is: yo me tomé, tú te tomaste, él/ella/usted se tomó, nosotros nos tomamos, vosotros os tomasteis, ellos/ellas/ustedes se tomaron.
