Inklingo
Een reiziger met een rugzak die terugloopt naar een klein, gezellig huis op een heuvel.

tornar

terugkeren

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord tornar betekent terugkeren.

Tegenwoordige tijd:

yotorno
tornas
él/ella/ustedtorna
nosotrostornamos
vosotrostornáis
ellos/ellas/ustedestornan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedestornaran
yotornara
tornaras
vosotrostornarais
nosotrostornáramos
él/ella/ustedtornara

De imperfect subjunctive van 'tornar' (tornara, tornaras, tornáramos, etc.) wordt gebruikt voor hypothetische situaties in het verleden of beleefde verzoeken.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedestornen
yotorne
tornes
vosotrostornéis
nosotrostornemos
él/ella/ustedtorne

De present subjunctive van 'tornar' (torne, tornes, tornemos, etc.) wordt gebruikt na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no tornes
vosotrosno tornéis
ustedesno tornen
nosotrosno tornemos
ustedno torne

Negatieve bevelen voor 'tornar' gebruiken 'no' plus de present subjunctive: no tornes (jij), no torne (u), no tornemos (wij), no tornéis (jullie), no tornen (zij/u allen).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

torna
vosotrostornad
ustedestornen
nosotrostornemos
ustedtorne

Gebruik de imperatief van 'tornar' voor directe bevelen: torna (jij), torne (u), tornemos (wij), tornad (jullie), tornen (zij/u allen).

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedestornarían
yotornaría
tornarías
vosotrostornaríais
nosotrostornaríamos
él/ella/ustedtornaría

De conditional van 'tornar' is regelmatig: tornaría, tornarías, tornaría, tornaríamos, tornaríais, tornarían, voor hypothetische 'zou'-handelingen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedestornaron
yotorné
tornaste
vosotrostornasteis
nosotrostornamos
él/ella/ustedtornó

De preteritum van 'tornar' is regelmatig: torné, tornaste, tornó, tornamos, tornasteis, tornaron, gebruikt voor voltooide handelingen in het verleden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedestornaban
yotornaba
tornabas
vosotrostornabais
nosotrostornábamos
él/ella/ustedtornaba

De imperfect van 'tornar' is regelmatig: tornaba, tornabas, tornaba, tornábamos, tornabais, tornaban, voor voortdurende of gebruikelijke handelingen van terugkeren in het verleden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedestornan
yotorno
tornas
vosotrostornáis
nosotrostornamos
él/ella/ustedtorna

De present van 'tornar' is regelmatig: torno, tornas, torna, tornamos, tornáis, tornan, gebruikt voor huidige of gebruikelijke handelingen van terugkeren.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedestornarán
yotornaré
tornarás
vosotrostornaréis
nosotrostornaremos
él/ella/ustedtornará

De future van 'tornar' is regelmatig: tornaré, tornarás, tornará, tornaremos, tornaréis, tornarán, voor handelingen die zullen plaatsvinden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng tornar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'tornar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.