torturarVervoeging
torturar means martelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De onvoltooide aanvoegende wijs van torturar wordt gevormd uit de stam van de verleden tijd: torturara, torturaras, torturara, etc.
Present Subjunctive
De tegenwoordige aanvoegende wijs van torturar gebruikt -e uitgangen: torture, tortures, torture, torturemos, torturéis, torturen.
Imperative
Negative Imperative
Het ontkennende gebiedende wijs van torturar gebruikt 'no' plus de vormen van de tegenwoordige aanvoegende wijs.
Imperative
Het bevestigende gebiedende wijs van torturar is: tortura (jij), torturad (jullie), en gebruikt de aanvoegende wijs voor anderen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van torturar is regelmatig: torturaría, torturarías, torturaría, torturaríamos, torturaríais, torturarían.
Preterite
De verleden tijd van torturar is regelmatig: torturé, torturaste, torturó, torturamos, torturasteis, torturaron.
Imperfect
De onvoltooide verleden tijd van torturar volgt het regelmatige -aba patroon: torturaba, torturabas, torturaba, torturábamos, torturabais, torturaban.
Present
De tegenwoordige tijd van torturar is regelmatig: torturo, torturas, tortura, torturamos, torturáis, torturan.
Future
De toekomende tijd van torturar wordt gevormd door uitgangen toe te voegen aan het hele werkwoord: torturaré, torturarás, torturará...
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng torturar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'torturar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent torturar in het Spaans?
torturar betekent "martelen".
Is torturar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
torturar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je torturar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van torturar is: yo torturo, tú torturas, él/ella/usted tortura, nosotros torturamos, vosotros torturáis, ellos/ellas/ustedes torturan.
Hoe vervoeg je torturar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van torturar is: yo torturé, tú torturaste, él/ella/usted torturó, nosotros torturamos, vosotros torturasteis, ellos/ellas/ustedes torturaron.
