tragarVervoeging
tragar means slikken.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van tragar is regelmatig gebaseerd op de stam van de pretérito: tragara, tragaras, tragara, tragáramos, tragarais, tragaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de conjunctief van tragar gebruikt een 'gu' spelling in alle vormen: trague, tragues, trague, traguemos, traguéis, traguen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief van tragar gebruikt de 'gu'-spelling: no tragues, no trague, no traguemos, no traguéis, no traguen.
Imperative
De imperatief van tragar geeft bevelen: traga (tú), tragad (vosotros), trague (usted).
Indicative
Conditional
De conditioneel van tragar is regelmatig: tragaría, tragarías, tragaría, tragaríamos, tragaríais, tragarían.
Preterite
De pretérito van tragar heeft een spellingverandering in de 'yo'-vorm (tragué) om de harde 'g'-klank te behouden.
Imperfect
De imperfectum van tragar is volledig regelmatig: tragaba, tragabas, tragaba, tragábamos, tragabais, tragaban.
Present
De tegenwoordige tijd van tragar is regelmatig in alle vormen: trago, tragas, traga, tragamos, tragáis, tragan.
Future
De toekomende tijd van tragar is regelmatig: tragaré, tragarás, tragará, tragaremos, tragaréis, tragarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng tragar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'tragar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent tragar in het Spaans?
tragar betekent "slikken".
Is tragar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
tragar is een spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je tragar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van tragar is: yo trago, tú tragas, él/ella/usted traga, nosotros tragamos, vosotros tragáis, ellos/ellas/ustedes tragan.
Hoe vervoeg je tragar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van tragar is: yo tragué, tú tragaste, él/ella/usted tragó, nosotros tragamos, vosotros tragasteis, ellos/ellas/ustedes tragaron.
