traicionarVervoeging
traicionar means verraden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De conjunctivo imperfectum van traicionar wordt gevormd uit de preterite stam: traicionara, traicionaras, traicionara.
Present Subjunctive
De conjunctivo praesens van traicionar gebruikt -e uitgangen: traicione, traiciones, traicione, traicionemos, traicionéis, traicionen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief van traicionar gebruikt de conjunctivo praesens: no traiciones, no traicione, etc.
Imperative
De imperatief van traicionar omvat traiciona (tú), traicionad (vosotros), en traicione (usted).
Indicative
Conditional
De conditionele wijs van traicionar is regelmatig: traicionaría, traicionarías, traicionaría, traicionaríamos, traicionaríais, traicionarían.
Preterite
De verleden tijd (preterite) van traicionar is regelmatig: traicioné, traicionaste, traicionó, traicionamos, traicionasteis, traicionaron.
Imperfect
De imperfectum van traicionar gebruikt de standaard -aba uitgangen: traicionaba, traicionabas, traicionaba, etc.
Present
De tegenwoordige tijd van traicionar is regelmatig: traiciono, traicionas, traiciona, traicionamos, traicionáis, traicionan.
Future
De toekomende tijd van traicionar is regelmatig: voeg -é, -ás, -á, -emos, -éis, -án toe aan het hele werkwoord.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng traicionar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'traicionar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent traicionar in het Spaans?
traicionar betekent "verraden".
Is traicionar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
traicionar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je traicionar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van traicionar is: yo traiciono, tú traicionas, él/ella/usted traiciona, nosotros traicionamos, vosotros traicionáis, ellos/ellas/ustedes traicionan.
Hoe vervoeg je traicionar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van traicionar is: yo traicioné, tú traicionaste, él/ella/usted traicionó, nosotros traicionamos, vosotros traicionasteis, ellos/ellas/ustedes traicionaron.
