transformarVervoeging
transformar means transformeren.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd conjunctief vormen voor 'transformar' zijn transformara, transformaras, transformara, transformáramos, transformarais, transformaran (of -ra vormen).
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd conjunctief voor 'transformar' is: transforme, transformes, transforme, transformemos, transforméis, transformen.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' met de tegenwoordige tijd van de conjunctief: no transformes, no transforme, no transformemos, no transforméis, no transformen.
Imperative
Transforma, transforme, transformemos, transformad, transformen zijn de bevestigende gebiedende wijs vormen voor 'transformar'.
Indicative
Conditional
De conditionele van transformar is: transformaría, transformarías, transformaría, transformaríamos, transformaríais, transformarían.
Preterite
De voltooid verleden tijd van transformar is regelmatig: transformé, transformaste, transformó, transformamos, transformasteis, transformaron.
Imperfect
De imperfectum van transformar is: transformaba, transformabas, transformaba, transformábamos, transformabais, transformaban.
Present
De tegenwoordige tijd van transformar is: transformo, transformas, transforma, transformamos, transformáis, transforman.
Future
De toekomende tijd van transformar is: transformaré, transformarás, transformará, transformaremos, transformaréis, transformarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng transformar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'transformar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent transformar in het Spaans?
transformar betekent "transformeren".
Is transformar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
transformar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je transformar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van transformar is: yo transformo, tú transformas, él/ella/usted transforma, nosotros transformamos, vosotros transformáis, ellos/ellas/ustedes transforman.
Hoe vervoeg je transformar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van transformar is: yo transformé, tú transformaste, él/ella/usted transformó, nosotros transformamos, vosotros transformasteis, ellos/ellas/ustedes transformaron.
