Inklingo
Ontdekken:

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

Subjunctive

Imperfect Subjunctive

yotransitara
transitaras
él/ella/ustedtransitara
nosotrostransitáramos
vosotrostransitarais
ellos/ellas/ustedestransitaran

Gebruik 'transitara' of 'transitase' voor hypothetische situaties uit het verleden.

Present Subjunctive

yotransite
transites
él/ella/ustedtransite
nosotrostransitemos
vosotrostransitéis
ellos/ellas/ustedestransiten

Gebruik 'transite' voor 'ik' en 'hij/zij/u', en 'transiten' voor 'zij/u (meervoud)'.

Imperative

Negative Imperative

no transites
ustedno transite
nosotrosno transitemos
vosotrosno transitéis
ustedesno transiten

Gebruik 'no transites' voor jij-negatieve bevelen en 'no transiten' voor ustedes-bevelen.

Imperative

transita
ustedtransite
nosotrostransitemos
vosotrostransitad
ustedestransiten

Gebruik 'transita' voor jij-bevelen en 'transiten' voor u/jullie-bevelen.

Indicative

Conditional

yotransitaría
transitarías
él/ella/ustedtransitaría
nosotrostransitaríamos
vosotrostransitaríais
ellos/ellas/ustedestransitarían

Gebruik 'transitaría' voor 'ik' en 'transitaría' voor 'hij/zij/u' voor hypothetische of beleefde handelingen.

Preterite

yotransité
transitaste
él/ella/ustedtransitó
nosotrostransitamos
vosotrostransitasteis
ellos/ellas/ustedestransitaron

Gebruik 'transité' voor 'ik' en 'transitó' voor 'hij/zij/u' voor voltooide handelingen in het verleden.

Imperfect

yotransitaba
transitabas
él/ella/ustedtransitaba
nosotrostransitábamos
vosotrostransitabais
ellos/ellas/ustedestransitaban

Gebruik 'transitaba' voor 'ik' en 'transitaba' voor 'hij/zij/u' voor voortdurende of gebruikelijke handelingen in het verleden.

Present

yotransito
transitas
él/ella/ustedtransita
nosotrostransitamos
vosotrostransitáis
ellos/ellas/ustedestransitan

Gebruik 'transito' voor 'ik' en 'transita' voor 'hij/zij/u' voor handelingen die nu gebeuren of gewoonlijk gebeuren.

Future

yotransitaré
transitarás
él/ella/ustedtransitará
nosotrostransitaremos
vosotrostransitaréis
ellos/ellas/ustedestransitarán

Gebruik 'transitaré' voor 'ik' en 'transitará' voor 'hij/zij/u' voor handelingen die zullen gebeuren.

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng transitar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'transitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.

Veelgestelde Vragen

Wat betekent transitar in het Spaans?

transitar betekent "doorheen gaan".

Is transitar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?

transitar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.

Hoe vervoeg je transitar in de tegenwoordige tijd?

De tegenwoordige tijd van transitar is: yo transito, tú transitas, él/ella/usted transita, nosotros transitamos, vosotros transitáis, ellos/ellas/ustedes transitan.

Hoe vervoeg je transitar in de verleden tijd (preteritum)?

De verleden tijd van transitar is: yo transité, tú transitaste, él/ella/usted transitó, nosotros transitamos, vosotros transitasteis, ellos/ellas/ustedes transitaron.

Gratis afdrukbare referentie

transitar vervoegingsspiekbrief

transitar vervoegingsspiekbriefje — tegenwoordige tijd, verleden tijd, onvoltooid verleden tijd, toekomende tijd en voorwaardelijke wijs