Inklingo
Een wandelaar loopt over een kronkelig bospad.

transitar

doorheen gaan

Volledige vervoegingstabellen en interactieve oefeningen. Dit is een regular -ar werkwoord.

Het Spaanse werkwoord transitar betekent doorheen gaan.

Tegenwoordige tijd:

yotransito
transitas
él/ella/ustedtransita
nosotrostransitamos
vosotrostransitáis
ellos/ellas/ustedestransitan

Volledige vervoegingstabellen

Naslagwerk voor alle tijden en modi

🔄 Vervoegingen

subjunctive

imperfect

ellos/ellas/ustedestransitaran
yotransitara
transitaras
vosotrostransitarais
nosotrostransitáramos
él/ella/ustedtransitara

Gebruik 'transitara' of 'transitase' voor hypothetische situaties uit het verleden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedestransiten
yotransite
transites
vosotrostransitéis
nosotrostransitemos
él/ella/ustedtransite

Gebruik 'transite' voor 'ik' en 'hij/zij/u', en 'transiten' voor 'zij/u (meervoud)'.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperative

negative

no transites
vosotrosno transitéis
ustedesno transiten
nosotrosno transitemos
ustedno transite

Gebruik 'no transites' voor jij-negatieve bevelen en 'no transiten' voor ustedes-bevelen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

affirmative

transita
vosotrostransitad
ustedestransiten
nosotrostransitemos
ustedtransite

Gebruik 'transita' voor jij-bevelen en 'transiten' voor u/jullie-bevelen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

indicative

conditional

ellos/ellas/ustedestransitarían
yotransitaría
transitarías
vosotrostransitaríais
nosotrostransitaríamos
él/ella/ustedtransitaría

Gebruik 'transitaría' voor 'ik' en 'transitaría' voor 'hij/zij/u' voor hypothetische of beleefde handelingen.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

preterite

ellos/ellas/ustedestransitaron
yotransité
transitaste
vosotrostransitasteis
nosotrostransitamos
él/ella/ustedtransitó

Gebruik 'transité' voor 'ik' en 'transitó' voor 'hij/zij/u' voor voltooide handelingen in het verleden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

imperfect

ellos/ellas/ustedestransitaban
yotransitaba
transitabas
vosotrostransitabais
nosotrostransitábamos
él/ella/ustedtransitaba

Gebruik 'transitaba' voor 'ik' en 'transitaba' voor 'hij/zij/u' voor voortdurende of gebruikelijke handelingen in het verleden.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

present

ellos/ellas/ustedestransitan
yotransito
transitas
vosotrostransitáis
nosotrostransitamos
él/ella/ustedtransita

Gebruik 'transito' voor 'ik' en 'transita' voor 'hij/zij/u' voor handelingen die nu gebeuren of gewoonlijk gebeuren.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

future

ellos/ellas/ustedestransitarán
yotransitaré
transitarás
vosotrostransitaréis
nosotrostransitaremos
él/ella/ustedtransitará

Gebruik 'transitaré' voor 'ik' en 'transitará' voor 'hij/zij/u' voor handelingen die zullen gebeuren.

Vormen, voorbeelden & gebruik →

Vervoegingen oefenen

Test je kennis met interactieve oefeningen

Oefeningen laden...

Breng transitar van tabellen naar echt Spaans

Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'transitar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.