tratarVervoeging
tratar betekent proberen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
De tegenwoordige tijd van tratar is regelmatig: trato, tratas, trata, tratamos, tratáis, tratan.
Future
De futurum van tratar is regelmatig: trataré, tratarás, tratará, trataremos, trataréis, tratarán.
Imperfect
De imperfectum van tratar is regelmatig: trataba, tratabas, trataba, tratábamos, tratabais, trataban.
Conditional
De conditioneel van tratar is regelmatig: trataría, tratarías, trataría, trataríamos, trataríais, tratarían.
Preterite
De preteritum van tratar is regelmatig: traté, trataste, trató, tratamos, tratasteis, trataron.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve imperatief gebruikt de vormen van de tegenwoordige tijd subjunctief: no trates, no trate, no tratemos, no tratéis, no traten.
Imperative
De affirmatieve imperatief van tratar is: trata (tú), trate (usted), tratemos (nosotros), tratad (vosotros), traten (ustedes).
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd subjunctief van tratar is regelmatig: trate, trates, trate, tratemos, tratéis, traten.
Imperfect Subjunctive
De imperfectum subjunctief van tratar is regelmatig: tratara, trataras, tratara, tratáramos, tratarais, trataran.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng tratar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'tratar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent tratar in het Spaans?
tratar betekent "proberen".
Is tratar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
tratar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je tratar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van tratar is: yo trato, tú tratas, él/ella/usted trata, nosotros tratamos, vosotros tratáis, ellos/ellas/ustedes tratan.
Hoe vervoeg je tratar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van tratar is: yo traté, tú trataste, él/ella/usted trató, nosotros tratamos, vosotros tratasteis, ellos/ellas/ustedes trataron.
