trazarVervoeging
trazar means tekenen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de conjunctief van trazar is regelmatig, gebaseerd op de stam 'trazaron': trazara, trazaras, trazara, trazáramos, trazarais, trazaran.
Present Subjunctive
Trazar verandert van spelling: 'z' wordt 'c' voor een 'e': trace, traces, trace, tracemos, tracéis, tracen.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve commando's gebruiken altijd de gespeld-gewijzigde conjunctiefvormen: no traces, no trace, no tracemos, no tracéis, no tracen.
Imperative
De gebiedende wijs gebruikt 'traza' (tú) en de met spellingwijziging 'trace' (usted/ustedes).
Indicative
Conditional
Trazar is regelmatig in de conditioneel: trazaría, trazarías, trazaría, trazaríamos, trazaríais, trazarían.
Preterite
Trazar heeft een spellingwijziging alleen in de 'yo'-vorm: tracé, trazaste, trazó, trazamos, trazasteis, trazaron.
Imperfect
Trazar is regelmatig in de imperfectum: trazaba, trazabas, trazaba, trazábamos, trazabais, trazaban.
Present
Trazar is volledig regelmatig in de tegenwoordige tijd: trazo, trazas, traza, trazamos, trazáis, trazan.
Future
Trazar is regelmatig in de toekomende tijd: trazaré, trazarás, trazará, trazaremos, trazaréis, trazarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng trazar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'trazar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent trazar in het Spaans?
trazar betekent "tekenen".
Is trazar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
trazar is een spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je trazar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van trazar is: yo trazo, tú trazas, él/ella/usted traza, nosotros trazamos, vosotros trazáis, ellos/ellas/ustedes trazan.
Hoe vervoeg je trazar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van trazar is: yo tracé, tú trazaste, él/ella/usted trazó, nosotros trazamos, vosotros trazasteis, ellos/ellas/ustedes trazaron.
