vaciarVervoeging
vaciar betekent legen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van vaciar is regelmatig: vaciara, vaciaras, vaciara, vaciáramos, vaciarais, vaciaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van vaciar volgt hetzelfde onregelmatige accentpatroon als de indicatief: vacíe, vacíes, vacíe, vaciemos, vaciéis, vacíen.
Imperative
Negative Imperative
De negatieve gebiedende wijs gebruikt de vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no vacíes, no vacíe, no vaciemos, no vaciéis, no vacíen.
Imperative
De gebiedende wijs voor vaciar gebruikt de meeste commando's met een accent op de 'í': vacía, vacíe, vaciemos, vaciad, vacíen.
Indicative
Conditional
Vaciar is regelmatig in de conditioneel: vaciaría, vaciarías, vaciaría, vaciaríamos, vaciaríais, vaciarían.
Preterite
Vaciar is regelmatig in de preteritum: vacié, vaciaste, vació, vaciamos, vaciasteis, vaciaron.
Imperfect
Vaciar is regelmatig in de imperfectum: vaciaba, vaciabas, vaciaba, vaciábamos, vaciabais, vaciaban.
Present
Vaciar is onregelmatig in de tegenwoordige tijd, waarbij een accent wordt toegevoegd aan de 'í' in alle vormen behalve nosotros en vosotros.
Future
Vaciar is regelmatig in de toekomende tijd: vaciaré, vaciarás, vaciará, vaciaremos, vaciaréis, vaciarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng vaciar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'vaciar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent vaciar in het Spaans?
vaciar betekent "legen".
Is vaciar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
vaciar is een irregular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je vaciar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van vaciar is: yo vacío, tú vacías, él/ella/usted vacía, nosotros vaciamos, vosotros vaciáis, ellos/ellas/ustedes vacían.
Hoe vervoeg je vaciar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van vaciar is: yo vacié, tú vaciaste, él/ella/usted vació, nosotros vaciamos, vosotros vaciasteis, ellos/ellas/ustedes vaciaron.
