valorarVervoeging
valorar means waarderen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'valorara' of 'valorase' (ik/hij/zij/u), 'valoraras'/'valorases' (jij), 'valoráramos'/'valorásemos' (wij), etc., voor hypothetische situaties in het verleden of wensen.
Present Subjunctive
Gebruik 'valore' (ik/hij/zij/u), 'valores' (jij), 'valoremos' (wij), etc., na uitdrukkingen van twijfel, verlangen, emotie of onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Vorm negatieve bevelen met 'no' + tegenwoordige conjunctief: 'no valores' (jij), 'no valore' (u), 'no valoremos' (wij), 'no valoren' (jullie/zij), 'no valoréis' (jullie).
Imperative
Gebruik 'valora' (jij), 'valore' (u), 'valoremos' (wij), 'valoren' (jullie/zij), 'valorad' (jullie) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'valorar' is regelmatig: valoraría, valorarías, valoraría, valoraríamos, valoraríais, valorarían.
Preterite
De preteritum van valorar is regelmatig: valoré, valoraste, valoró, valoramos, valorasteis, valoraron.
Imperfect
De imperfectum van 'valorar' is regelmatig: valoraba, valorabas, valoraba, valorábamos, valorabais, valoraban.
Present
De tegenwoordige tijd van 'valorar' is regelmatig: valoro, valoras, valora, valoramos, valoráis, valoran.
Future
De toekomende tijd van 'valorar' is regelmatig, met gebruik van de infinitief als stam: valoraré, valorarás, valorará, valoraremos, valoraréis, valorarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng valorar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'valorar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent valorar in het Spaans?
valorar betekent "waarderen".
Is valorar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
valorar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je valorar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van valorar is: yo valoro, tú valoras, él/ella/usted valora, nosotros valoramos, vosotros valoráis, ellos/ellas/ustedes valoran.
Hoe vervoeg je valorar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van valorar is: yo valoré, tú valoraste, él/ella/usted valoró, nosotros valoramos, vosotros valorasteis, ellos/ellas/ustedes valoraron.
