variarVervoeging
variar means veranderen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De verleden tijd van de aanvoegende wijs van variar is regelmatig: variara, variaras, variara, variáramos, variarais, variaran.
Present Subjunctive
De tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs van variar heeft een klemtoon op de 'í': varíe, varíes, varíe, variemos, variéis, varíen.
Imperative
Negative Imperative
De ontkennende gebiedende wijs gebruikt vormen van de tegenwoordige tijd van de aanvoegende wijs: no varíes, no varíe, no variemos, no variéis, no varíen.
Imperative
De gebiedende wijs van variar gebruikt de klemtoon op de 'í' voor commando's: varía, varíe, variemos, variad, varíen.
Indicative
Conditional
De voorwaardelijke wijs van variar is regelmatig: variaría, variarías, variaría, variaríamos, variaríais, variarían.
Preterite
De verleden tijd van variar is regelmatig: varié, variaste, varió, variamos, variasteis, variaron.
Imperfect
De onvoltooid verleden tijd van variar is regelmatig: variaba, variabas, variaba, variábamos, variabais, variaban.
Present
De tegenwoordige tijd van variar heeft een klemtoon op de 'í' in de meeste vormen: varío, varías, varía, variamos, variáis, varían.
Future
De toekomende tijd van variar is regelmatig: variaré, variarás, variará, variaremos, variaréis, variarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng variar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'variar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent variar in het Spaans?
variar betekent "veranderen".
Is variar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
variar is een spelling change -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je variar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van variar is: yo varío, tú varías, él/ella/usted varía, nosotros variamos, vosotros variáis, ellos/ellas/ustedes varían.
Hoe vervoeg je variar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van variar is: yo varié, tú variaste, él/ella/usted varió, nosotros variamos, vosotros variasteis, ellos/ellas/ustedes variaron.
