velarVervoeging
velar means waken over.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfectum conjunctief van 'velar' (velara, velaras, veláramos, velaran) drukt wensen, twijfels of hypothetische situaties uit het verleden uit.
Present Subjunctive
De onvoltooid tegenwoordige tijd conjunctief van 'velar' (vele, veles, velemos, velen) drukt wensen, twijfels, emoties of onzekerheid uit.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen voor 'velar' gebruiken de onvoltooid tegenwoordige tijd conjunctief: no veles, no vele, no velemos, no velen, no veléis.
Imperative
Het gebiedende wijs van 'velar' geeft bevelen: ¡vela! (jij, informeel), ¡vele! (u, formeel), ¡velemos! (wij), ¡velen! (jullie, formeel), ¡velad! (jullie, informeel).
Indicative
Conditional
De conditionele tijd van 'velar' is regelmatig: velaría, velarías, velaría, velaríamos, velaríais, velarían.
Preterite
De pretérito indefinido van 'velar' is regelmatig: velé, velaste, veló, velamos, velasteis, velaron.
Imperfect
De imperfectum van 'velar' is regelmatig: velaba, velabas, velaba, velábamos, velabais, velaban.
Present
De onvoltooid tegenwoordige tijd indicatief van 'velar' is regelmatig: velo, velas, vela, velamos, veláis, velan.
Future
De toekomende tijd van 'velar' is regelmatig: velaré, velarás, velará, velaremos, velaréis, velarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng velar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'velar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent velar in het Spaans?
velar betekent "waken over".
Is velar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
velar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je velar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van velar is: yo velo, tú velas, él/ella/usted vela, nosotros velamos, vosotros veláis, ellos/ellas/ustedes velan.
Hoe vervoeg je velar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van velar is: yo velé, tú velaste, él/ella/usted veló, nosotros velamos, vosotros velasteis, ellos/ellas/ustedes velaron.
