vencerVervoeging
vencer betekent verslaan.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Indicative
Present
'Vencer' is regelmatig, behalve een spellingwijziging in de 'yo'-vorm: venzo.
Future
De toekomende tijd van 'vencer' is volledig regelmatig: venceré, vencerás, vencerá...
Imperfect
De imperfecto is regelmatig (vencía) en beschrijft voortdurende overwinningen of staten van verlopen in het verleden.
Conditional
De conditionele tijd gebruikt het volledige infinitief: vencería, vencerías, vencería...
Preterite
De preterito van 'vencer' is regelmatig en markeert een definitieve overwinning of het exacte moment waarop iets verliep.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken altijd de 'z'-spelling: no venzas, no venza...
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs om iemand te bevelen iets te winnen of te overwinnen.
Subjunctive
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief gebruikt een 'z' in alle vormen: venza, venzas, venza...
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief is regelmatig: venciera, vencieras, venciera...
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng vencer van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'vencer' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent vencer in het Spaans?
vencer betekent "verslaan".
Is vencer een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
vencer is een regular (with spelling change in some forms) -er werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je vencer in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van vencer is: yo venzo, tú vences, él/ella/usted vence, nosotros vencemos, vosotros vencéis, ellos/ellas/ustedes vencen.
Hoe vervoeg je vencer in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van vencer is: yo vencí, tú venciste, él/ella/usted venció, nosotros vencimos, vosotros vencisteis, ellos/ellas/ustedes vencieron.
