victimarVervoeging
victimar betekent doden of vermoorden.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruikt voor verleden tijd hypothetische situaties, wensen of beleefde verzoeken: Si victimara, lo entendería.
Present Subjunctive
Drukt wensen, twijfels, emoties of onzekerheid uit: Espero que victimemos.
Imperative
Negative Imperative
Negatieve bevelen gebruiken de tegenwoordige conjunctief met 'no': ¡No victimes! (jij, enk.), ¡No victimen! (jullie).
Imperative
Gebruik de gebiedende wijs om directe bevelen te geven: ¡Victima! (jij, enk.), ¡Victimad! (jullie, Spanje).
Indicative
Conditional
Gebruikt voor hypothetische situaties ('zou'), beleefde verzoeken, of toekomende tijd in het verleden: Victimaría, victimarías, victimaría, etc.
Preterite
Gebruikt voor voltooide handelingen in het verleden: Victimé, victimaste, victimó, victimamos, victimasteis, victimaron.
Imperfect
Gebruikt voor doorlopende handelingen in het verleden, beschrijvingen of gewoonten: Victimaba, victimabas, victimaba, victimábamos, victimabais, victimaban.
Present
Gebruikt voor huidige handelingen, gewoonten of algemene waarheden: Victimo, victimas, victiman.
Future
Gebruikt voor toekomstige handelingen of waarschijnlijkheid: Victimare, victimarás, victimará, victimaremos, victimaréis, victimarán.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng victimar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'victimar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent victimar in het Spaans?
victimar betekent "doden of vermoorden".
Is victimar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
victimar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je victimar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van victimar is: yo victimo, tú victimas, él/ella/usted victima, nosotros victimamos, vosotros victimáis, ellos/ellas/ustedes victiman.
Hoe vervoeg je victimar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van victimar is: yo victimé, tú victimaste, él/ella/usted victimó, nosotros victimamos, vosotros victimasteis, ellos/ellas/ustedes victimaron.
