vincularVervoeging
vincular betekent koppelen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
Gebruik 'vinculara' of 'vincularas' voor hypothetische of onzekere situaties in het verleden.
Present Subjunctive
Gebruik 'vincule' (ik/hij/zij/u), 'vincules' (jij), 'vinculemos' (wij), 'vinculen' (zij/jullie) voor wensen, twijfels, emoties.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no vincules' (jij), 'no vincule' (u), 'no vinculemos' (wij), 'no vinculen' (jullie/zij), 'no vinculéis' (jullie - Spanje) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik 'vincula' (jij), 'vincule' (u), 'vinculemos' (wij), 'vinculen' (jullie/zij), 'vinculad' (jullie - Spanje) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
Gebruik 'vincularía', 'vincularías', 'vincularía', 'vincularíamos', 'vincularíais', 'vincularían' voor hypothetische situaties en beleefde verzoeken.
Preterite
Gebruik 'vinculé', 'vinculaste', 'vinculó', 'vinculamos', 'vinculasteis', 'vincularon' voor voltooide acties in het verleden.
Imperfect
Gebruik 'vinculaba', 'vinculabas', 'vinculaba', 'vinculábamos', 'vinculabais', 'vinculaban' voor doorlopende of gebruikelijke acties in het verleden.
Present
Gebruik 'vinculo', 'vinculas', 'víncula', 'vinculamos', 'vinculáis', 'vínculan' voor acties die nu gebeuren, gewoontes en algemene waarheden.
Future
Gebruik 'vincularé', 'vincularás', 'vinculará', 'vincularémos', 'vincularéis', 'vincularán' voor toekomstige acties of waarschijnlijkheid.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng vincular van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'vincular' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent vincular in het Spaans?
vincular betekent "koppelen".
Is vincular een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
vincular is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je vincular in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van vincular is: yo vínculo, tú vínculas, él/ella/usted víncula, nosotros vinculamos, vosotros vinculáis, ellos/ellas/ustedes vínculan.
Hoe vervoeg je vincular in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van vincular is: yo vinculé, tú vinculaste, él/ella/usted vinculó, nosotros vinculamos, vosotros vinculasteis, ellos/ellas/ustedes vincularon.
