vislumbrarVervoeging
vislumbrar means een glimp opvangen.
Volledige vervoegingstabellen
Naslagwerk voor alle tijden en modi
Subjunctive
Imperfect Subjunctive
De imperfecte conjunctief (vislumbrara/vislumbrase) is voor hypothetische situaties in het verleden, wensen of onzekerheid.
Present Subjunctive
De tegenwoordige conjunctief (vislumbre, vislumbres, etc.) wordt gebruikt voor wensen, twijfels, emoties en onzekerheid.
Imperative
Negative Imperative
Gebruik 'no' + tegenwoordige conjunctiefvormen (no vislumbres, no vislumbre, etc.) voor negatieve bevelen.
Imperative
Gebruik vislumbra (jij), vislumbre (u), vislumbremos (wij), vislumbrad (jullie), vislumbren (zij/u allen) voor directe bevelen.
Indicative
Conditional
De conditionele tijd (vislumbraría, vislumbrarías, etc.) drukt hypothetische situaties ('zou') of beleefde verzoeken uit.
Preterite
De preteritum van vislumbrar is regelmatig: vislumbré, vislumbraste, vislumbró, vislumbramos, vislumbrasteis, vislumbraron.
Imperfect
De imperfectum (vislumbraba, vislumbrabas, etc.) beschrijft doorlopende of gebruikelijke acties en achtergronden in het verleden.
Present
De tegenwoordige tijd (vislumbro, vislumbras, etc.) beschrijft huidige acties, gewoontes of algemene waarheden.
Future
De toekomende tijd (vislumbraré, vislumbrarás, etc.) geeft aan dat acties zullen plaatsvinden.
Vervoegingen oefenen
Test je kennis met interactieve oefeningen
Breng vislumbrar van tabellen naar echt Spaans
Vervoegingstabellen zijn een begin. Lees 200+ geïllustreerde en ingesproken Spaanse verhalen en zie 'vislumbrar' in actie in echte zinnen — en bouw het taalgevoel op dat moedertaalsprekers hebben.
Veelgestelde Vragen
Wat betekent vislumbrar in het Spaans?
vislumbrar betekent "een glimp opvangen".
Is vislumbrar een regelmatig of onregelmatig werkwoord?
vislumbrar is een regular -ar werkwoord in het Spaans.
Hoe vervoeg je vislumbrar in de tegenwoordige tijd?
De tegenwoordige tijd van vislumbrar is: yo vislumbro, tú vislumbras, él/ella/usted vislumbra, nosotros vislumbramos, vosotros vislumbráis, ellos/ellas/ustedes vislumbran.
Hoe vervoeg je vislumbrar in de verleden tijd (preteritum)?
De verleden tijd van vislumbrar is: yo vislumbré, tú vislumbraste, él/ella/usted vislumbró, nosotros vislumbramos, vosotros vislumbrasteis, ellos/ellas/ustedes vislumbraron.
